HomeWerkplaats › Shirts bedrukken

Textiel · 7 minuten lezen

Shirts bedrukken voor je workshop of atelier: welke techniek kies je?

Illustratie van twee bedrukte shirts

Voor onze workshopavonden wilden we schorten met onze naam erop. Vier stuks, niet meer. Dat bleek precies het aantal waarbij de meeste online partijen afhaken, en waar het bij een echte textieldrukkerij juist geen probleem is. Wat we onderweg leerden over technieken en aantallen, staat hieronder.

Het aantal bepaalt de techniek, niet je ontwerp

Bij bedrukking zitten de kosten in twee delen: het opstarten en het drukken zelf. Bij technieken met folie is het opstarten goedkoop en het drukken per stuk relatief duur. Bij zeefdruk is het omgekeerd: eenmalig zeefwerk maken kost geld, maar daarna is elk shirt goedkoop. Vandaar dat een oplage van een of vijf bijna altijd folie wordt, en honderd stuks bijna altijd transfer of zeefdruk.

De technieken op een rij

Flexfolie is glad en dun, en wordt per kleur uit een vel gesneden en op het textiel geperst. Ideaal voor namen, cijfers en logo’s met heldere vlakken. Elke extra kleur is een extra snij- en persgang, dus twee kleuren kost meer werk dan een.

Sportfolie is hetzelfde idee, maar rekbaar. Op sportshirts en leggingstof is dit de verstandige keuze, want gewone folie kan bij veel rek scheurtjes vertonen. Het kleurenaanbod is wel beperkter.

Flockfolie voelt fluweelachtig en staat een beetje op van de stof. Prachtig voor een fors logo of een dikke letter, maar niet geschikt voor fijne details, want die verdwijnen in de vezel.

Transfers worden eerst gedrukt en daarna met warmte en druk overgezet. Vanaf ongeveer vijfentwintig stuks wordt dit interessant, en het is de gebruikelijke route voor bedrukking die elk seizoen terugkomt.

Full colour gebruik je voor foto’s en verlopen. Op een donker shirt is een witte onderlaag nodig, wat de druk iets steviger maakt. Zulke shirts wassen op dertig graden en niet in de droger, anders gaat het beeld matter worden.

Sublimatie laat de kleur in de vezel trekken in plaats van erop liggen. Het resultaat is bijna niet te voelen en gaat heel lang mee, maar het werkt alleen op polyester en niet op donkere stof.

Wij lieten onze eigen schorten en shirts maken bij Textieldrukkerij Bathmen, die van een enkel exemplaar tot een paar honderd stuks drukt. Handig als je met vier schorten begint en later merkt dat je er dertig voor een cursusreeks nodig hebt: het ontwerp ligt er dan al.

Wat een drukker van je nodig heeft

Een offerte gaat veel sneller als je meteen de juiste gegevens meestuurt. Denk aan het soort kledingstuk, het aantal, de kleur, en de plek van de bedrukking: voor, achter, beide, of op de mouw. Geef ook een maat mee. Een borstlogo is meestal rond de tien centimeter breed, een grote opdruk op voor- of achterkant ongeveer A4. Vermeld tot slot of er wisselende namen of nummers bij zitten, want dat is per stuk extra werk.

Lever je ontwerp aan als vector wanneer dat kan. Voor folie is dat zelfs noodzakelijk, want de snijmachine volgt lijnen en kan niets met een vage foto van je logo. Heb je alleen een afbeelding, dan is natekenen een kleine extra stap die je beter vooraf bespreekt dan achteraf ontdekt.

Materiaalkeuze onder de druk

Katoen is voorspelbaar en verdraagt bijna alles. Tricot met veel elastaan vraagt om rekbare folie. Gerecycled polyester kan bij hoge perstemperaturen glans krijgen, dus daar zijn lagere temperaturen en langere perstijden gebruikelijk. Werk je met eigen zelfgemaakte kleding, laat dan een testexemplaar bedrukken voordat je de hele serie opstuurt. Een half uur extra geduld is goedkoper dan tien mislukte stuks.

Zo blijft de bedrukking mooi

Wil je dat je bedrukking bij de rest van je presentatie past, lees dan ook van huisstijl naar drukwerk. Verkoop je je gemaakte kleding online, dan helpt van hobby naar webshop in zeven stappen je verder.